Schüssler zouten

 

 

 

 

 

Schussler-zout-nr.7

Schussler-zout-nr.7

 

Schüssler zouten zijn verdunde minerale zouten zoals ze in ons lichaam – onze cellen – voorkomen.

Dr. Schüssler – een duitse arts/homeopaath – 1821-1898 – zocht naar een relatief eenvoudige geneeswijze. Hij vond toen al dat er te veel homeopathische middelen waren om goed mee te kunnen werken. Te tijdrovend en complex.

Tijdens zijn zoektocht ontdekte hij uiteindelijk 12 minerale zouten in het menselijk lichaam – later zijn er nog eens 15 aan toegevoegd – en hij constateerde ook, dat de meeste ziektes terug te voeren waren op een tekort van één of meer zouten in de cellen. Hij kwam tot het inzicht, dat door herstel van de mineralenbalans in de cel tevens de gezondheid werd hersteld.

Opdat de schüssler zouten gemakkelijk door de cel kunnen worden opgenomen, worden ze heel sterk verkleind – verwreven – . In tegenstelling tot homepathische middelen worden zen niet gepotentieerd of gedynamiseerd. De Schüssler celzouttherapie is een celaanvullingstherapie. Homeopathie is een impulstherapie. Door een heel kleine hoeveelheid middel aanzet geven tot een reactie cq. genezing. Het gaat niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit en vorm. Geconcentreerde grofstoffelijke mineralen kunnen voor het organisme een belasting vormen, zoals bijv. kalk-en ijzersupplementen. De kans is groot dat het lichaam de stoffen niet goed opneemt, verwerkt en/of uitscheidt. Dit kan tot ongewenste bijwerkingen leiden, zoals bijvoorbeeld nierstenen.
Een voorbeeld: IJzerpreparaten zijn voor het lichaam verhoudingsgewijs moeilijk op te nemen. Meestal stijgt het ijzergehalte in het bloed alleen tijdens de inname van het preparaat, om na beëindiging van de kuur weer in te zakken. Door de inname van de ijzerpreparaten wordt de ijzerhuishouding buiten de cel aangevuld. Er staat dan niet voldoende ijzer in de cel tegenover; het evenwicht ontbreekt. Het lichaam kan het ijzer niet vasthouden. Een gelijktijdige inname van Ferrum Phosphor ondersteunt de ijzeropname. Er ontstaat een nieuw evenwicht binnen en buiten de cel.

Bij het vinden van het juiste zout letten we op drie dingen:

a. Het lichamelijke klachtenbeeld, bijv. pijn in de vingers.
b. Nauwkeurig beschouwen van de mentale en emotionele symptonen. De patient kan bijv. het verlies van een dierbare maar niet verwerken.
c. Gezichtsdiagnose. De kleur en structuur van de gezichthuid – bijvoorbeeld kraaiepootjes- geeft een goed beeld van een eventueel gebrek aan één of meer zouten.

In de praktijk maken veel therapeuten gebruik van een vragenformulier waarin de drie bovengenoemde aspecten uitgebreid staan vermeld.

In de regel wordt als dosis 3 x 1 dan wel 3 x 2 tabletten per dag aangehouden.
Uitzonderingen daargelaten; bijv. bij hevige krampen mag de dosis aanzienlijk
worden verhoogd bijv. naar iedere 10 min. 5 tabl. opzuigen tot de klachten afnemen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *